Toewijzingsprocedure 2025-2026
Ingangsdatum 1 augustus 2025
Samenwerkingsverband De Verbinding
Vastgesteld door de directeur-bestuurder van SWV De Verbinding d.d. 1 augustus 2025
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Toewijzing nodig of niet?
- Hoe verloopt de procedure?
- Richtlijnen en voorwaarden
- Informatiebeveiliging en privacy
- Bezwaar
- Kwaliteit
- Bijlagen
1. Inleiding
Dit document beschrijft de procedure en criteria die gelden voor de toewijzing van TLV’s en andere arrangementen binnen het samenwerkingsverband De Verbinding.
A. Besluitvorming en rol van de CvT
De Commissie van Toewijzing (CvT) speelt een centrale rol in het besluitvormingsproces. Deze commissie beoordeelt aanvragen, geeft advies en doet een voordracht aan de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband, die de uiteindelijke beslissing neemt.
B. Samenstelling van de CvT
De CvT bestaat uit:
- Een onafhankelijk voorzitter
- Vijf deskundigen die voldoen aan de wettelijke eisen
- Een secretaris
Bij ieder besluit zijn minimaal twee onafhankelijke deskundigenadviezen vereist. Deze adviezen beschrijven helder de categorie en duur van de voorgestelde ondersteuning. Elk besluit wordt gemotiveerd en deze motivatie wordt opgenomen op de beschikking.
C. Uitgangspunten van de procedure
De procedure is ontwikkeld met aandacht voor twee kernprincipes:
- Voorkomen van onnodige bureaucratie: De procedure moet efficiënt en praktisch uitvoerbaar zijn.
- Zorgvuldige behandeling van aanvragen: Bij twijfel of tegenstrijdige standpunten van de school en ouders van de leerling¹ biedt de procedure een zorgvuldig proces dat zowel aan de wettelijke eisen voldoet als betrokkenen overtuigt van de redelijkheid van het genomen besluit.
Hoewel het samenwerkingsverband uitgaat van een breed gedragen instemming van zowel school als ouders bij de meeste TLV-aanvragen, biedt de procedure voldoende transparantie, volledigheid en navolgbaarheid om in het geval van verschil van inzicht recht te doen aan alle betrokkenen.
D. Visie op ondersteuning en onderwijs
Goed onderwijs is onlosmakelijk verbonden met goede onderwijsondersteuning. Het samenwerkingsverband streeft naar het volgende:
- Voor elke leerling in de regio een diploma op passend niveau óf een duurzame plek op de arbeidsmarkt.
- Een dekkend en samenhangend netwerk van onderwijs- en ondersteuningsvoorzieningen, zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen.
Binnen de regio zijn alle reguliere scholen in staat om naast basisondersteuning extra ondersteuning te bieden aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Waar nodig wordt gebruik gemaakt van een symbiosevoorziening of de voorzieningen in het speciaal onderwijs, zodat iedere leerling passende ondersteuning ontvangt.
2. Toewijzing nodig of niet?
Binnen ons samenwerkingsverband zorgen we ervoor dat jongeren passend onderwijs en ondersteuning kunnen ontvangen. Hieronder staat aangegeven wanneer een aanvraag bij de CvT noodzakelijk is en wanneer niet.
A. Wel een aanvraag bij de CvT nodig
Voor de volgende vormen van onderwijs en/of ondersteuning dient een aanvraag bij de Commissie van Toewijzing (CvT) te worden ingediend:
- Voortgezet speciaal onderwijs (vso)
- Praktijkonderwijs (pro)
- Symbiosevoorziening
- Maatwerkbudget vo
- Overbruggingsbudget voor wachtlijst vso
- Overstapcoach vso – vo
- Tijdens de Ondersteuningsplanperiode 2025-2029 zal de CvT eveneens verantwoordelijk worden voor het nemen van besluiten op aanvragen voor deelname van leerlingen aan bovenschoolse arrangementen, zoals Opus, Grip en het Leercentrum.
De meest recente aanvraagformulieren zijn te vinden op onze documentenpagina onder het kopje ‘aanvragen’.
B. Geen aanvraag bij de CvT nodig
Voor de onderstaande vormen van onderwijs en/of ondersteuning is géén aanvraag bij de CvT nodig:
- Basis- of extra ondersteuning voor jongeren met een ondersteuningsbehoefte op een reguliere school.
- Verzuimcoach² voor jongeren met zorgelijk verzuim.
Zijn er specifieke vragen over de noodzaak van een aanvraag of de procedure? Neem dan gerust contact op met de secretaris van de CvT via aanvragen@swvdeverbinding.nl. De secretaris van de CvT is dagelijks bereikbaar tussen 10.00u-12.00u op telefoonnummer 026-3650321.
3. Hoe verloopt de procedure?
Aanvragen bij de CvT kunnen uitsluitend door scholen worden ingediend. Jongeren, ouders of ketenpartners hebben niet de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. De gezaghebbende van de school draagt verantwoordelijkheid voor de aanvraag en bekrachtigt deze met zijn of haar handtekening.
De procedure is opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten:
- Bovenschoolse ondersteuning wordt toegewezen vanuit een handelingsgericht kader.
- De toewijzing is gebaseerd op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, bevorderende en riscofactoren, zodat het ondersteuningsaanbod hier optimaal op kan aansluiten.
- De toewijzingsprocedure is transparant, navolgbaar en controleerbaar.
- De toewijzing vindt altijd plaats in samenspraak met ouders, vanuit het principe van educatief partnerschap.
- De nadruk ligt op het voortraject. Dit houdt in dat duidelijkheid en overeenstemming over het gewenste aanbod en perspectief worden verkregen op de school. Dit proces wordt in gezamenlijkheid uitgevoerd door de school, ouders, betrokken ketenpartners en de leerling.
A. Systeem
Het is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur om ervoor te zorgen dat het samenwerkingsverband beschikt over de juiste en volledige gegevens. Deze gegevens worden aangeleverd via het platform Kindkans. Een handleiding voor het gebruik van Kindkans is beschikbaar op de website van het samenwerkingsverband. Daarnaast draagt het schoolbestuur er zorg voor dat ouders tijdig en volledig worden geïnformeerd over de te volgen procedure.
B. De procedure
| Fase | Omschrijving | Door |
|---|---|---|
| 0 | Voorbereiding: Recentelijk geëvalueerd OPP, voer collegiaal overleg en voer OOGO. | Aanvragende school |
| 1 | Aanvraag indienen | Aanvragende school |
| 2 | Advisering | 1e en 2e deskundige samenwerkingsverband |
| 3 | Besluitvorming | Directeur-bestuurder SWV |
| 4 | Afronding en communicatie | Secretariaat SWV |
Fase 0: Voorbereiding
Om de toewijzingsprocedure efficiënt te laten verlopen, maakt de school gebruik van reeds beschikbare informatie. Indien leerling een (extra) ondersteuningsbehoefte heeft die verder reikt dan de basisondersteuning van de school, is het de verantwoordelijkheid van de school om een Ontwikkelperspectiefplan (OPP) op te stellen en dit te delen met het Registratie Onderwijsdeelnemers (ROD).
De volgende onderdelen zijn verplicht in het OPP:
- De verwachte uitstroombestemming van de leerling.
- Een onderbouwing van de verwachte uitstroombestemming, inclusief een overzicht van de belemmerende en bevorderende factoren.
- Een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften.
- Een overzicht van de geboden ondersteuning en begeleiding, zoals beschreven in het handelingsdeel van het OPP, voorzien van de handtekening van de leerling en diens wettelijke vertegenwoordiger.
De school bespreekt het meest recente OPP in een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de ouders en de jongere. Tijdens dit overleg worden concrete doelen en afspraken helder vastgesteld en vastgelegd in het OPP.
Wanneer de school besluit een aanvraag in te dienen bij de CvT, is het op basis van bovenstaande informatie noodzakelijk om aanvullend een collegiaal overleg te voeren. Op de website van het samenwerkingsverband zijn de meest recente formulieren hiervoor te downloaden.
Fase 1: Aanvraag indienen
C. Compleetheid van aanvragen door de secretaris van de CvT
De secretaris van de CvT controleert of de aanvraag compleet is.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- Alle perspectieven en overwogen opties zijn beschreven.
- Het handelingsdeel in het OPP is recentelijk geëvalueerd (niet ouder dan 3 maanden en minstens zes maanden ingezet).
- De zienswijze van de leerling en ouders is onderdeel van de aanvraag.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze compleet is.
Compleetheid betekent:
De aanvraag is ingediend bij het juiste samenwerkingsverband.
De aanvraag valt, volgens wet- en regelgeving en regionale afspraken, onder de verantwoordelijkheid van de CvT van het samenwerkingsverband De Verbinding. Dit geldt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Leeftijd: De jongere is tussen de 11 en 20 jaar oud
- Overstapcriteria³:
- Van so/(s)bao naar vso of zonder school van inschrijving: Aanvraag bij het samenwerkingsverband van de woonplaats van de jongere.
- Van vo naar vso: Aanvraag bij het samenwerkingsverband van de school van de jongere.
- Van vso naar vso of her-aanmelding vso: Aanvraag bij het samenwerkingsverband dat de eerste TLV heeft afgegeven.
- Van residentiële of gesloten setting naar vso: Aanvraag bij het samenwerkingsverband van de laatst geldende TLV. Als er geen TLV meer is, wordt gekeken naar de school van inschrijving op de meest recente teldatum (1 oktober). Indien er geen school van inschrijving was, geldt het samenwerkingsverband van de woonplaats van de jongere.
- Maatwerkbudget vo: Aanvraag bij het samenwerkingsverband De Verbinding.
- Symbiosevoorziening: Aanvraag bij het samenwerkingsverband De Verbinding. Jongeren woonachtig in regio of onderwijsvolgend op een school in deze regio hebben voorrang.
D. De aanvraag is volledig
Een volledige aanvraag bevat alle wettelijk verplichte informatie, waaronder:
- OPP: Een recentelijk geëvalueerd OPP (het handelingsdeel niet ouder dan drie maanden en minstens zes maanden ingezet) dat voldoet aan wettelijke eisen.
- Instemming van ouders: Ouders geven toestemming voor de aanvraag en voor inzage door de CvT om een onafhankelijk advies te kunnen formuleren.
- Bij Maatwerkbudget vo en overbruggingsbudgetten: Een offerte met doelen, inzet, duur en budget is toegevoegd.
- Volledig ingevuld aanvraagformulier⁴ -let op: Ondertekening door of namens bevoegd gezag van de school. Op de website van het samenwerkingsverband zijn de meest recente aanvraagformulieren beschikbaar.
E. Procedure bij onvolledige aanvragen
Als een aanvraag niet compleet is, wordt deze niet in behandeling genomen. Het secretariaat van het samenwerkingsverband geeft via Kindkans aan welke gegevens ontbreken. De aanvragende school kan de aanvraag na aanvulling opnieuw indienen.
Fase 2: Advisering
Twee onafhankelijke deskundigen geven advies over de aanvraag op basis van de criteria transparantie en navolgbaarheid. De eerste deskundige is een orthopedagoog of psycholoog, de tweede is, afhankelijk van de ondersteuningsvraag, een psycholoog, pedagoog, maatschappelijk werker, arts of kinderpsychiater. De twee onafhankelijke adviezen vormen de basis voor het besluit en worden meegestuurd bij de toewijzing of afwijzing van de aanvraag.
Indien de deskundigenadviezen niet eenduidig zijn, wordt de aanvraag in de CvT besproken. De voorzitter van de CvT besluit over de toekenning of afwijzing van de aanvraag en de directeur-bestuurder bekrachtigt dit besluit. Als tijdens het proces blijkt dat aanvullende informatie nodig is, vraagt de voorzitter deze op bij de school. Na ontvangst van de benodigde informatie wordt de aanvraag verder behandeld.
De CvT beoordeelt de aanvragen op transparantie en navolgbaarheid:
F. Transparantie
Transparantie houdt in dat er voldoende overleg heeft plaatsgevonden tussen de school, ouders en de jongere, met als doel overeenstemming te bereiken. Dit blijkt uit de volgende punten:
- De perspectieven van de jongere, de ouders en andere betrokkenen over de ondersteuningsbehoeften, de overwogen opties en de conclusies zijn helder vastgelegd in het aanvraagformulier. Op de website van het samenwerkingsverband zijn de meest recente aanvraagformulieren beschikbaar.
- De aanvraag is opgesteld volgens een handelingsgerichte werkwijze (HGW).
De jongere, de ouders en andere betrokkenen zijn het eens over de aanvraag, zoals blijkt uit de aanvraag, of:
Er is geen overeenstemming tussen de jongere, de ouders en school, maar het proces is zorgvuldig doorlopen. In dit geval verzamelt de CvT het perspectief van de ouders, de leerling en de school in een zienswijzegesprek, dat op verzoek kan worden georganiseerd door de CvT. Het gespreksverslag wordt toegevoegd aan de aanvraag.
De CvT beoordeelt de aanvraag op basis van de volledige dossierinhoud en besluit of deze wordt goedgekeurd of afgewezen.
G. Navolgbaarheid
Navolgbaarheid betekent dat de aanvraag aansluit bij de behoeften van de betreffende jongere. Dit wordt aangetoond door de volgende punten:
- Is duidelijk omschreven dat de ondersteuningsvraag in de basisondersteuning niet kan worden ondersteund?
- Is duidelijk omschreven dat de ondersteuningsvraag in de extra ondersteuning niet kan worden ondersteund?
- Leidt het gehele proces tot een logische keuze voor de aanvraag?
- Komt de aanvraag (type, duur, categorie) overeen met de conclusie, de ondersteuningsbehoeften en de overwogen opties die zijn vastgelegd in het aanvraagformulier?
Op basis van de adviezen van twee onafhankelijke deskundigen en het oordeel van de voorzitter van de CvT wordt de aanvraag wel of niet toegewezen, met de nodige onderbouwing. De directeur-bestuurder bekrachtigt het besluit.
De aanvraag wordt doorgaans binnen 10 dagen in behandeling genomen, mits de aanvraag compleet is. De taak van de CvT is om de aanvraag van het bevoegd gezag van de school te toetsen aan de procedure zoals beschreven in deze toewijzingsprocedure en vervolgens een definitief besluit te nemen. De CvT zal zo snel mogelijk, binnen zes weken na de aanvraag, schriftelijk bericht geven over de toewijzing. Scholen ontvangen hierover een bericht via Kindkans. Leerlingen en hun ouders ontvangen een bericht via beveiligde mail, gericht aan zowel de leerling als diens ouders. Daarbij wordt uitsluitend het e-mailadres van de ouders gebruikt.
Fase 3: Besluitvorming
De voorzitter van de CvT neemt, samen met de directeur-bestuurder van het SWV, na ontvangst van twee onafhankelijke deskundigenadviezen, een gemotiveerd besluit over de aanvraag. Indien de voorzitter van de CvT voornemens is de aanvraag af te wijzen, krijgen de belanghebbenden (de aanvragende school, ouders de mogelijkheid om gehoord te worden, tenzij dit al eerder heeft plaatsgevonden. De belanghebbenden worden hierover geïnformeerd en kunnen binnen twee weken aangeven of zij gebruik willen maken van deze mogelijkheid. Na de hoorzitting neemt voorzitter een definitief besluit over de aanvraag. Dit directeur-bestuurder van het SWV bekrachtigt dit. Indien nodig kan de verkregen aanvullende informatie uit de hoorzitting ter advisering worden voorgelegd aan twee deskundigen voordat het definitieve besluit wordt genomen. Het definitieve besluit wordt binnen een week na de hoorzitting genomen.
Fase 4: Afronding en communicatie
De secretaris van de CvT handelt het besluit van de voorzitter CvT administratief af. De aanvragende school en de wettelijk vertegenwoordiger(s) worden geïnformeerd over het besluit en de bijbehorende deskundigenadviezen. Ter onderbouwing worden twee onafhankelijke deskundigenverklaringen bij het besluit gevoegd.
De secretaris van de CvT voegt het besluit, samen met de twee onafhankelijke adviezen, toe aan het leerlingdossier in Kindkans. De leerling en diens ouders ontvangen het besluit via een beveiligde e-mail. De school wordt per e-mail op de hoogte gesteld en kan het besluit en de onafhankelijke adviezen downloaden uit Kindkans.
H. Administratieve verwerking en controle
De vso-school waar de leerling onderwijs gaat volgen registreert de TLV in de administratie voor de bekostiging. Het secretariaat van het samenwerkingsverband voert jaarlijks, met peildatum 1 februari, een controle uit op het aantal ingeschreven leerlingen met een TLV in verhouding tot de toewijzingen.
Richtlijnen en voorwaarden
Het samenwerkingsverband ontvangt verschillende typen aanvragen. Per type aanvraag is nauwkeurig bepaald bij welk samenwerkingsverband deze moet worden ingediend:
TLV-vso
- Onderinstroom: Bij een aanvraag voor een TLV-vso voor een leerling die is ingeschreven op een regulier po, sbo of so, wordt de aanvraag ingediend bij het samenwerkingsverband van de regio waar de leerling woonachtig is.
- Zij-instroom: Bij een aanvraag voor een TLV-vso voor een leerling die is ingeschreven op een reguliere school voor voortgezet onderwijs, wordt de aanvraag ingediend bij het samenwerkingsverband van de verwijzende school.
- Herindicatie: Voor een leerling die al staat ingeschreven op een vso-school, wordt de aanvraag TLV-vso ingediend bij het samenwerkingsverband dat de oorspronkelijke toelaatbaarheidsverklaring heeft afgegeven.
- Indien de leerling niet is ingeschreven bij een school, wordt de aanvraag TLV-vso ingediend bij het samenwerkingsverband van de regio waar de leerling woont.
- In het geval van een aanvraag TLV-vso voor een leerling geplaatst in een residentiële instelling, wordt de aanvraag ingediend conform de richtlijnen van de school waarbij de leerling stond ingeschreven voorafgaand aan de plaatsing op de residentiele instelling. Hiervoor kan het stroomschema van de overheid geraadpleegd worden.
TLV-pro
- Bij een onderinstroom of zij-instroom voor praktijkonderwijs TLV-pro, wordt de aanvraag ingediend bij het samenwerkingsverband van de praktijkschool.
Overige
- Symbiosevoorziening, bij SWV De Verbinding
- Overstapcoach vso – vo, mits de jongere een TLV van SWV De Verbinding heeft, bij SWV De Verbinding
- Overbruggingsbudget, mits de jongere een TLV van SWV De Verbinding heeft, bij SWV De Verbinding
- Maatwerkbudget vo, bij SWV De Verbinding
| Soort | Standpunt SWV | Maximale duur e/o budget | Betrokkenheid | Wie vraagt aan? |
|---|---|---|---|---|
| So/sbo → vso Categorie laag |
Ja | 2 jaar, met als doel toe te werken naar een vervolg van de schoolloopbaan op een reguliere vo-school. Als een overstap naar regulier vo niet haalbaar blijkt, kan de ondersteuning maximaal worden verlengd tot en met het schooljaar waarin de leerling naar verwachting het diploma behaalt. | Pre-advies CvT of (oriëntatie in) vo | vo of vso |
| bao → vso Categorie laag |
Ja | 2 jaar, met als doel toe te werken naar een vervolg van de schoolloopbaan op een reguliere vo-school. Als een overstap naar regulier vo niet haalbaar blijkt, kan de ondersteuning maximaal worden verlengd tot en met het schooljaar waarin de leerling naar verwachting het diploma behaalt. | vo | vo of vso |
| vo → vso Categorie laag |
Ja | 2 jaar, met als doel toe te werken naar een vervolg van de schoolloopbaan op een reguliere vo-school. Als een overstap naar regulier vo niet haalbaar blijkt, kan de ondersteuning maximaal worden verlengd tot en met het schooljaar waarin de leerling naar verwachting het diploma behaalt. | vo inclusief symbiose | vo |
| Geen voorgaande school → vso Categorie laag |
Ja | 2 jaar, met als doel toe te werken naar een vervolg van de schoolloopbaan op een reguliere vo-school. Als een overstap naar regulier vo niet haalbaar blijkt, kan de ondersteuning maximaal worden verlengd tot en met het schooljaar waarin de leerling naar verwachting het diploma behaalt. | vo inclusief symbiose | vso |
| vso → vso (verlenging) Categorie laag |
Ja | 2 jaar, met als doel toe te werken naar een vervolg van de schoolloopbaan op een reguliere vo-school. Als een overstap naar regulier vo niet haalbaar blijkt, kan de ondersteuning maximaal worden verlengd tot en met het schooljaar waarin de leerling naar verwachting het diploma behaalt. | n.v.t. | vso |
| TLV-vso categorie midden | Ja, indien sprake is van meervoudige problematiek en zeer intensieve ondersteuningsbehoeften op minimaal twee domeinen (leren en ontwikkelen, sociaal-emotioneel functioneren en/of fysieke gezondheid). De jongere ervaart ernstige belemmeringen voor deelname aan regulier onderwijs en is mogelijk beperkt in zijn zelfredzaamheid, met afhankelijkheid van derden voor dagelijkse en onderwijsgerelateerde handelingen. | 2 jaar, met als doel te stabiliseren binnen TLV-categorie laag. Na deze periode is een heraanvraag voor categorie laag mogelijk. Indien nodig kan, met duidelijke en navolgbare onderbouwing, een aanvraag voor categorie midden worden overwogen.
Bij verzoek hogere bekostiging (midden ipv laag) door vso-school:
|
n.v.t. | vso |
| TLV-vso categorie hoog | Ja, voor EMB-leerlingen. | De afgifte t/m het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt. | n.v.t. | vso |
| 16+ | Ja, indien helder onderbouwd is dat het onderwijs de meest passende plek is voor de jongere. De onderwijsdoelen zijn concreet beschreven en sluiten aan bij de ontwikkeling van de jongere. | Maximaal 2 jaar. | vo | vo of vso |
| Aanvraag voor het schooljaar waarin de leerling 18 jaar wordt | Ja, indien helder onderbouwd is dat het onderwijs de meest passende plek is voor de jongere. De onderwijsdoelen zijn concreet beschreven en sluiten aan bij de ontwikkeling van de jongere. | 1 jaar | vo | vso |
| 18+ én uitstroombestemming vervolgonderwijs | Ja, indien helder onderbouwd is dat het onderwijs de meest passende plek is voor de jongere. De onderwijsdoelen zijn concreet beschreven en sluiten aan bij de ontwikkeling van de jongere. | 1 jaar | n.v.t. | vso |
| 18+ én uitstroombestemming arbeid of dagbesteding | Nee, tenzij onderbouwd is dat ontwikkeling in het vso noodzakelijk is en de meest passende plek voor de jongere. De onderwijsdoelen zijn concreet beschreven en sluiten aan bij de ontwikkeling van de jongere. | 1 jaar | n.v.t. | vso |
| Entree opleiding binnen vso | Ja, mits aantoonbaar kwetsbaar is voor het reguliere mbo. | 1 jaar | MBO | vso |
| 20+ | Nee | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Praktijkonderwijs po → pro | Ja | Gehele schoolloopbaan | n.v.t. | pro |
| Praktijkonderwijs vo/vso → pro | Ja | De resterende jaren van de schoolloopbaan | n.v.t. | pro |
| Symbiosevoorziening | Ja | Duur afhankelijk van de symbiose | Symbiose adviescie | vo |
| Overstapcoach vso – vo | Ja, mits de jongere een TLV van SWV De Verbinding heeft en doorstroomt naar een reguliere vo-school | Maximaal € 400,- per doorstromende leerling | vo | vso |
| Overbruggingsbudget | Ja, mits de jongere een TLV van SWV De Verbinding heeft en op een wachtlijst voor plaatsing vso staat. | Maximaal € 8.000,- per leerling | vo | vo |
| Maatwerkbudget vo | Ja, mits de jongere met deze inzet kans maakt om een diploma te behalen in regulier vo en de behoefte van de jongere de basis- en extra ondersteuning overstijgt | Vanaf het moment van toekennen tot einde schooljaar | n.v.t. | vo |
5. Informatiebeveiliging en privacy
De CvT voert haar taken uit met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, waaronder:
- De Wet op het Voortgezet Onderwijs
- De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
- De Algemene Wet Bestuursrecht
- De Algemene Wet gelijke behandeling
Daarnaast volgt de CvT het privacyreglement. Meer informatie over privacybescherming en de verwerking van persoonsgegevens vindt u in het privacyreglement, dat eveneens beschikbaar is via de website van het samenwerkingsverband.
6. Bezwaar
Een van de kerntaken van het samenwerkingsverband is het beoordelen of een leerling toelaatbaar is tot het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Dit wordt vastgelegd in een toelaatbaarheidsverklaring (TLV), die als besluit valt onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt, met de mogelijkheid om vervolgens beroep in te stellen. Een bezwaarschrift moet digitaal worden ingediend bij het samenwerkingsverband. De termijn voor indiening is zes weken na de datum van het besluit, conform de Awb.
Volgens de wet is elk samenwerkingsverband verplicht een bezwaaradviescommissie in te stellen die een onafhankelijk advies uitbrengt over de afhandeling van ingediende bezwaarschriften. Het Samenwerkingsverband De Verbinding maakt voor deze wettelijke verplichting gebruik van de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT). De directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor het voorleggen van het bezwaarschrift aan LBT.
7. Kwaliteit
Het samenwerkingsverband streeft ernaar de bovenstaande procedure met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te doorlopen, met inachtneming van de wettelijke vereisten en de genoemde richtlijnen.
De kwaliteit van de procedure wordt op drie manieren bewaakt:
- Jaarlijkse evaluatie: Het bureau van het samenwerkingsverband evalueert de procedure jaarlijks en stelt deze waar nodig bij.
- Externe toetsing: Twee keer per jaar wordt een steekproef van afgeronde TLV-aanvragen beoordeeld door een externe groep van minimaal drie deskundigen, waaronder een gedragsdeskundige en een ondersteuningscoördinator. Deze groep fungeert als ‘critical friend’ en houdt toezicht op de naleving van de procedure en de besluitvorming. Elke keer wordt 10% van de TLV-aanvragen van de voorgaande periode beoordeeld, met een minimum van 3 en een maximum van 5 dossiers. Hierbij wordt rekening gehouden met een evenwichtige verdeling van deskundigen en type aanvragen.
- Interne toetsing: Om interne afstemming en consistentie in advisering te waarborgen, wordt twee keer per jaar een interne steekproef gehouden. Hierbij legt iedere deskundige minimaal één dossier ter inhoudelijke bespreking voor aan de overige deskundigen.
Deze aanpak draagt bij aan een transparant en consistent proces, met oog voor kwaliteit en zorgvuldigheid.
Voetnoten
¹ Waar in deze toewijzingsprocedure wordt gesproken over ouders, wordt specifiek gedoeld op de gezaghebbende ouder(s) en/of verzorger(s) van de leerling.
² Afhankelijk van de inrichting van het regionale VSV-programma per 2026
³ Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Link: Bij welk samenwerkingsverband vraagt de school een TLV aan?
⁴ M.u.v. een aanvraag voor het Praktijkonderwijs
8. Bijlagen
Bijlage 1: Richtlijnen TLV-vso
Bijlage 2: Werkwijze bij aanvragen voor toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs
Bijlage 3: Werkwijze toeleiding naar symbioselocaties
Bijlage 4: Richtlijnen maatwerkbudget vo
Bijlage 5: Richtlijnen overbruggingsbudget
Bijlage 6: Richtlijnen overstapcoach vso – vo