Werkwijze bij aanvragen voor toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs
Inhoudsopgave
- Inleiding
- De aanvraagprocedure
- Besluitvorming en afhandeling
- Achtergrondinformatie
- De criteria voor praktijkonderwijs
- Dossiervorming
- Budget
- Grensverkeer en verhuizing
Bijlage bij werkwijze pro: Landelijke criteria voor leerwegondersteuning
1. Inleiding
Per 1 januari 2016 zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor de toewijzing van toelaatbaarheidsverklaringen (TLV) voor praktijkonderwijs (pro). Ook ligt de verantwoordelijkheid voor het ondersteuningsbudget van praktijkonderwijs bij de samenwerkingsverbanden.
Deze notitie beschrijft de werkwijze van SWV De Verbinding voor het toekennen van toelaatbaarheidsverklaringen voor pro. SWV De Verbinding gebruikt hiervoor de landelijke criteria. Wat betreft LWOO beoordeelt het bureau van het samenwerkingsverband met ingang van 1 januari 2019 niet meer individueel (per jongere) of de jongere in aanmerking komt voor een aanwijzing leerwegondersteuning.
2. De aanvraagprocedure
Een aanvraag voor een TLV pro is altijd gebaseerd op onderzoek dat moet uitwijzen of de aanvraag binnen de geldende criteria valt.
Door middel van een digitale aanvraag (via Kindkans) verzoekt de school waar de jongere is aangemeld de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband een TLV pro toe te kennen aan de jongere.
De aanvraag voor een TLV pro kan alleen gedaan worden door een school voor praktijkonderwijs.
2.1 Soorten aanvragen
Er zijn twee soorten aanvragen:
- Aanvraag voldoet aan de wettelijke criteria: geen dossier in Kindkans.
De aanvragende school kan, als de jongere voldoet aan de wettelijke criteria, volstaan met het inzenden van de aanvraag. De aanvraag bevat de gegevens van de aanvragende school en de personalia van de jongere. Met het indienen van de aanvraag verklaart het bevoegd gezag van de school dat het volledige jongeredossier op school aanwezig is. Tevens verklaart de contactpersoon (pro-deskundige) dat de aanvraag voldoet aan de wettelijke criteria. Het samenwerkingsverband ziet hierop toe door steekproefsgewijs dossiers te controleren bij de school. NB: als sprake is van een zij-instromer die voldoet aan de criteria, dan voegt de aanvragende school het dossier wel toe in Kindkans en noteert als label ‘zij-instromer’. Deze aanvragen worden beoordeeld zoals een aanvraag die niet voldoet aan de wettelijke criteria (zie 2). - Aanvraag voldoet niet aan de wettelijke criteria: dossier toevoegen in Kindkans.
– grensvlak (zie paragraaf 6.1)
– aanvraag bijzondere groepen (zie paragraaf 6.2)
Voor de aanvragen die vallen onder de tweede groep dient de school een volledige aanvraag in, inclusief volledig dossier.
Het kan zijn dat de school de gevraagde gegevens reeds in een ander document heeft verwerkt (bijvoorbeeld in het ontwikkelingsperspectiefplan of in een ‘startdocument’). De school voegt dit alternatieve document dan toe aan de aanvraag, waarbij de overlappende onderdelen niet worden ingevuld.
2.2 Ondertekening / verklaring
De aanvraag wordt ingediend door of namens het bevoegd gezag van een school(bestuur), dat verklaart dat de ingevulde gegevens correct zijn en op juiste wijze zijn verkregen.
2.3 Tijdpad
Dit tijdpad is gebaseerd op de PO-VO procedure:
| Datum / periode | Stap in de procedure |
|---|---|
| 25 t/m 31 maart | Centrale aanmeldweek bij vo-scholen: ouders melden aan, basisschool zet dossier klaar in ELK / OSO inclusief zienswijze |
| Vanaf 1 april tot deadline 3e week mei |
School voor praktijkonderwijs waar jongere is aangemeld verzorgt aanvraag TLV pro door middel van inzenden digitale aanvraag in Kindkans. Bureau van SWV De Verbinding handelt aanvragen op volgorde van binnenkomst af (datum en tijd ontvangst aanvraag leidend). Het samenwerkingsverband moet binnen 6 weken na volledige aanvraag beslissen en deelt dit via Kindkans (automatisch gegenereerde e-mail) aan de aanvragende school. |
| Vóór 1 oktober | School zorgt voor administratieve afhandeling in jongerenadministratie en melding in ROD. |
2.4 Volledigheid van aanvragen
Het samenwerkingsverband neemt uitsluitend volledige aanvragen in behandeling. Wordt een aanvraag incompleet ingediend, dan wordt de aanvraag nog niet in behandeling genomen. Pas als de aanvraag volledig is ingediend, begint de termijn te lopen.
3. Besluitvorming en afhandeling
3.1 Criteria, screenings- en testinstrumenten
SWV De Verbinding neemt de vastgestelde criteria en toegestane screenings-/testinstrumenten over uit het Inrichtingsbesluit WVO. Zie paragrafen 5 (Criteria) en 6 (Dossiervorming).
3.2 Wel of niet toekennen
Aanvragen die ‘voldoen aan de criteria’ worden administratief afgehandeld. De aanvragen worden steekproefsgewijs getoetst op inhoud en volledigheid. Wanneer een jongere de overstap maakt van vmbo naar pro, dan wordt de aanvraag inhoudelijk getoetst. In die situaties waarin het gaat om het grensvlak of om een aanvraag voor bijzondere groepen, volgt een besluit nadat de aanvrager een volledig dossier heeft overgelegd aan het samenwerkingsverband en de Commissie voor Toewijzing (CvT) hierover heeft geadviseerd.
3.3 Duur van de TLV pro
TLV’s voor pro zijn gedurende de gehele schoolloopbaan vo van de jongere geldig, zolang de jongere gebruik maakt van het praktijkonderwijs. Dit wordt vermeld op de TLV.
3.4 Administratieve afhandeling door bureau SWV
De administratieve afhandeling van aanvragen wordt door het bureau van het samenwerkingsverband gedaan. De aanvragende school ontvangt via Kindkans een afschrift van het besluit. Als de aanvragende school het mailadres van de wettelijk vertegenwoordiger(s) in Kindkans heeft ingevuld, stuurt het bureau van het samenwerkingsverband in overleg met school de TLV rechtstreeks naar ouders via een beveiligde verbinding. Als er geen contactgegevens zijn ingevuld, vraagt het bureau van het samenwerkingsverband de aanvragende school de TLV naar ouders te sturen. Wanneer een jongere van school wisselt draagt de school zorg voor overdracht van de TLV pro naar de nieuwe school.
3.5 Beroep en bezwaar
De vigerende procedures voor beroep en bezwaar die het samenwerkingsverband hanteert indien ouders en/of scholen het niet eens zijn met een besluit van de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband inzake een TLV vso zijn ook van kracht bij de aanvragen voor een TLV pro. De bezwaarprocedure wordt als bijlage bij de TLV in Kindkans toegevoegd. De bezwaarprocedure staat ook op onze website.
4. Achtergrondinformatie
Deze paragraaf dient ter toelichting op de in paragrafen 2 en 3 geschetste aanvraagprocedure.
4.1 Onderzoek
Onderzoek moet uitwijzen of een jongere voldoet aan de criteria voor een TLV voor pro. Dit mag worden vastgesteld door een orthopedagoog(-generalist), een (GZ-)psycholoog of een kinder- en jeugdpsycholoog, gebruik makend van de testinstrumenten die ieder jaar bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
4.2 Deskundigenadvies
Voor de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband een beslissing neemt over het al dan niet toewijzen van de ondersteuning voor pro, moeten 2 deskundigen een advies geven:
- De eerste deskundige moet wettelijk gezien een orthopedagoog of psycholoog zijn. Het ondertekende onderzoeksverslag van de orthopedagoog(-generalist)/(GZ-)psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog volstaat als eerste deskundigenadvies;
- de tweede deskundige is de pro-deskundige die namens de aanvragende school de aanvraag onderbouwt. De pro-deskundige is een deskundige met relevante werkervaring en kennis over de schoolsoort pro. Hij of zij hoeft geen orthopedagoog of psycholoog te zijn.
Let op: bij ‘aanvraag voldoet aan criteria’ kan worden volstaan met de verklaring dat de aanvraag inhoudelijk voldoet aan de criteria (zie 2.1, sub 1). Bij aanvragen in het grensvlak dient er een ondertekende onderbouwing van de aanvraag te zijn (zie 2.1, sub.2).
4.3 Ouderbetrokkenheid
In het Ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband is reeds beschreven op welke wijze ouders geïnformeerd worden over de ondersteuningsvoorzieningen voor jongeren en ondersteuningsmogelijkheden voor ouders. Dit geldt uiteraard ook voor pro.
4.4 Administratie TLV’s
Voor de verwerking van (persoons)gegevens wordt aangesloten bij de bepalingen in de wetgeving van Passend onderwijs en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De gegevens die benodigd zijn voor het beoordelen van een aanvraag voor een TLV voor pro worden conform de werkwijze bij de aanvraag TLV voor VSO behandeld.
5. De criteria voor praktijkonderwijs
In het Inrichtingsbesluit WVO, artikel 15d, is vastgelegd op basis van welke criteria het SWV een aanvraag voor pro mag toewijzen.
5.1 Landelijke criteria voor praktijkonderwijs
Het samenwerkingsverband wijst de aanvraag voor een TLV praktijkonderwijs toe indien de jongere:
- een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte van 55 tot en met 80 én
- een leerachterstand heeft van 0,5 of meer op twee van de volgende domeinen: inzichtelijk rekenen; begrijpend lezen; technisch lezen; spellen. Waarvan één van de domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen moet zijn.
5.2 Grensvlak
Voor een jongere die wat intelligentiequotiënt of leerachterstand betreft, voldoet aan de vereisten voor toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs en die wat de overige vereisten betreft voldoet aan de vereisten om aangewezen te zijn op leerwegondersteunend onderwijs, kan een jongere toelaatbaar worden verklaard tot het praktijkonderwijs, afhankelijk van de door het bevoegd gezag gegeven motivering. De landelijke criteria voor leerwegondersteuning onderwijs kunnen gevonden worden in bijlage 1. Hierbij wordt per jongere gekeken naar aspecten als leerbaarheid, zelfvertrouwen, kwetsbaarheid, etc., welke meewegen in het uiteindelijke besluit.
5.3 Aanvraag bijzondere groepen
De aanvraag voor bijzondere groepen jongeren kan alleen worden ingediend door een praktijkschool.
Op grond van artikel 10g vijfde lid van de wet kan een aanvraag voor toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs bij een samenwerkingsverband worden ingediend voor een jongere voor wie het zorg- en onderwijsaanbod van het praktijkonderwijs naar oordeel van dat bevoegd gezag het best aansluit bij de behoeften van de jongere en die:
A) het voorbereidend beroepsonderwijs of het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs bezoekt en op leerwegondersteunend onderwijs is aangewezen, met:
- scores op de criteria, bedoeld in artikel 15d van het Inrichtingsbesluit, in het grensvlak
- naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek heeft nadat de beslissing is
of:
- naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek heeft dan wordt beoordeeld in het onderzoek of de jongere is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs
of:
B) beschikt over een toelaatbaarheidsverklaring voor het SO of het VSO dan wel een ontwikkelingsperspectief en die
- voldoet aan het intelligentiequotiëntcriterium of leerachterstand criterium voor toelating tot het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 15d, vierde lid van het Inrichtingsbesluit WVO, blijkens gegevens die gebaseerd zijn op screenings- of testinstrumenten als bedoeld in artikel 15d, tweede lid van het Inrichtingsbesluit WVO
of:
- naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht een dergelijk intelligentiequotiënt of een dergelijke leerachterstand, een zodanige problematiek heeft dat toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs geboden is.
6. Dossiervorming
In het Inrichtingsbesluit WVO artikel 15d wordt beschreven welke informatie aanwezig moet zijn in het dossier van de jongere voor wie een aanvraag voor een TLV praktijkonderwijs is ingediend. Het samenwerkingsverband zal door middel van een steekproef hier op toezien.
6.1 Leerlingdossier voor aanvraag TLV praktijkonderwijs
Het leerlingdossier omvat de volgende informatie:
- een eerste en een tweede deskundigenadvies (zie ook hoofdstuk 4.2)
- de door het bevoegd gezag gegeven motivering die gebaseerd is op ervaringen met de jongere in het onderwijsleerproces, zoals die onder meer blijken uit het onderwijskundig rapport, bedoeld als in artikel 42 van de WPO en artikel 43 van de WEC;
- de leerachterstanden van de jongere;
- het intelligentiequotiënt van de jongere en
- indien dat noodzakelijk is voor het vormen van een oordeel, de resultaten van één of meer persoonlijkheidsonderzoeken met betrekking tot prestatiemotivatie, faalangst en emotionele instabiliteit die een beeld geven van de sociaal-emotionele problematiek van de jongere in relatie tot de leerprestaties, en
- de zienswijze van ouders (wettelijk vertegenwoordigers) (schriftelijk).
Toelichting bij leerachterstand:
De leerachterstand van de jongere is de uitkomst van 1 minus (DLE/DL), waarin:
- DLE de afkorting is van didactische leeftijdsequivalent gebaseerd op het aantal maanden onderwijs dat behoort bij het niveau dat de jongere feitelijk heeft bereikt, en
- DL de afkorting is van didactische leeftijd en het aantal maanden is dat een jongere vanaf groep 3 in de perioden van september tot en met juni was ingeschreven bij een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO of een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC. Een doublure na groep 3 telt mee in het aantal onderwijsmaanden.
Toelichting bij screenings- en testinstrumenten:
Bij de beslissing op de aanvraag controleert het samenwerkingsverband of het bevoegd gezag voor de gegevens van de onderdelen b tot en met d, gebruik heeft gemaakt van de vastgestelde screenings- of testinstrumenten die jaarlijks voor 1 oktober bij ministeriële regeling worden vastgesteld. De testinstrumenten voor de gegevens van de onderdelen c en d worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoolde psycholoog of diagnostisch geschoolde orthopedagoog. Onder een ‘diagnostisch geschoolde psycholoog of diagnostisch geschoolde orthopedagoog’ wordt een door een beroepsverenigingen van orthopedagogen of psychologen als zodanig erkende en geregistreerde academisch gevormde psycholoog of orthopedagoog dan wel een in het kader van de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog verstaan.
Voor indicatiestelling pro is wettelijk expliciet geregeld dat indicatiestelling en diagnose is voorbehouden aan orthopedagogen(-generalist), (GZ-)psychologen en kinder- en jeugdpsychologen.
6.2 Dossiervorming aanvraag bijzondere groepen
Het samenwerkingsverband baseert de beschikking over de toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs uitsluitend op de volgende, bij de aanvraag gevoegde, gegevens:
- een eerste en een tweede deskundigenadvies (zie ook hoofdstuk 4.2)
- een verklaring van de school dat de jongere is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs, of een kopie van een TLV voor het SO of het VSO, dan wel een kopie van het ontwikkelingsperspectief;
- de op schrift gestelde zienswijze en instemming van de ouders (wettelijk vertegenwoordigers);
- een motivering waaruit blijkt dat de jongere voldoet aan de voorschriften, en
- een jongeredossier dat in elk geval bevat:
- het ontwikkelingsperspectief of de onderwijskundige rapportage over de jongere;
- een beschrijving van de activiteiten van het verwijzend bevoegd gezag in het kader van de begeleiding van de jongere, en van de resultaten van die activiteiten;
- een document dat aangeeft welke externe deskundigen voor advies of hulp zijn ingeschakeld bij de begeleiding van de jongere;
- een beschrijving van de risico’s die zich naar verwachting zullen voordoen indien de jongere voorbereidend beroepsonderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs blijft volgen, en
- mogelijk relevante test- en toetsgegevens.
6.3 Toezicht op aanwezigheid dossier
Door middel van een steekproef ziet de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband toe op de correcte dossiervorming in de scholen. De steekproef bestaat eruit dat per school een aantal dossiers worden gecontroleerd, conform het kwaliteitsbeleid.
De school levert de gevraagde dossiers binnen twee werkdagen na opvraag.
De dossiers worden beoordeeld op volledigheid en op de juiste onderbouwing van de aangevraagde tlv pro.
7. Budget
De integratie van pro in passend onderwijs bekent dat de financiële middelen voor deze vorm van ondersteuning en voor deze schoolsoort via het samenwerkingsverband worden verstrekt aan de uitvoerende scholen. De hoogte van deze bedragen wordt vastgesteld door DUO. Uitvoerende scholen zijn de praktijkscholen in het gebied van het samenwerkingsverband.
De school waar de jongere met een toelaatbaarheidsverklaring pro is ingeschreven, ontvangt de
bekostiging rechtstreeks van DUO.
8. Grensverkeer en verhuizing
De toelaatbaarheidsverklaring voor pro is landelijk geldig, net zoals de toelaatbaarheidsverklaring voor het VSO. Heeft een jongere van een samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor pro gekregen, dan kan hij hiermee ook toegelaten worden op een pro-school in een ander SWV. De ondersteuningstoewijzing wordt bekostigd door het samenwerkingsverband waar de jongere op dat moment naar school gaat of is aangemeld.
Bijlage bij werkwijze pro: Landelijke criteria voor leerwegondersteuning
Een jongere komt in aanmerking voor leerwegondersteuning, indien de jongere:
- een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75 tot en met 90 én
- een leerachterstand heeft op ten minste twee van de vier domeinen inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen, ten minste één van deze twee domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen betreft en deze leerachterstand gelegen is binnen de bandbreedte van 0,25 tot 0,5.
of:
- een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 91 tot en met 120 én
- een leerachterstand heeft op ten minste twee van de vier domeinen inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen, ten minste één van deze twee domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen betreft en deze leerachterstand gelegen is binnen de bandbreedte van 0,25 tot 0,5 én
- een sociaal-emotionele problematiek heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d van het Inrichtingsbesluit.