Beschrijving verzuimbeleid en -afspraken binnen SWV De Verbinding
Let op: het verzuimbeleid wordt op dit moment aangescherpt.
We zijn bezig met een herziening van deze pagina. Dit betekent dat sommige onderdelen binnenkort worden aangepast en mogelijk niet meer helemaal actueel zijn.
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Verzuimbeleid op de scholen
- Bovenschools verzuimbeleid
- Afspraken en rol bureau samenwerkingsverband
1. Inleiding
Een van de doelen van het wettelijk kader passend onderwijs is om voor iedere leerling in de regio een passende onderwijsplek te organiseren, zodat geen leerling thuiszit. Het samenwerkingsverband heeft daarvoor de wettelijke opdracht gekregen om een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen te realiseren. En dit zodanig dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en een daarvoor zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen. Het samenwerkingsverband kan dat doen door te bevorderen dat alle leerplichtige leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, ingeschreven staan bij een school en daadwerkelijk onderwijs volgen.
Het samenwerkingsverband heeft een bovenschools beleid rond schoolverzuim, dat aansluit op het schoolverzuimbeleid van scholen. Dit dient ter ondersteuning van de scholen en voorziet in de structurele samenwerking met belangrijke netwerkpartners. Het beleid van het samenwerkingsverband is zowel preventief als curatief gericht. In dit document wordt beschreven wat de aanpak is rond schoolverzuim en thuiszitters binnen samenwerkingsverband De Verbinding. Beschreven zijn aanbod, afspraken en regievoering. Doel van dit beleid is te zorgen dat leerlingen die thuis komen te zitten binnen zes weken weer deel kunnen nemen aan onderwijs. In dit beleid is zowel geoorloofd als ongeoorloofd verzuim meegenomen.
NB: in de problematiek rond verzuim ligt de focus steeds meer op aanwezigheid in plaats van verzuim. Binnen de scholen wordt steeds vaker een aanwezigheidsbeleid gehanteerd. Voor het bovenschoolse beleid hanteren we de termen ‘verzuim’ en ‘thuiszitten’ omdat de beschreven interventies met name daarop gericht zijn. Het doel is de leerling in beeld te houden en te zorgen dat hij/zij toch ontwikkelingsstappen blijft maken.
Wetenschappelijke achtergrond bij aanpak schoolverzuim
Het Multi Dimensional Multi Tiered Support System (MD-MTSS) model is een instrument dat gebruikt kan worden om schoolverzuim en daarbij passende interventies in kaart te brengen. Het omvat een gelaagde aanpak om problemen bij jeugdigen in beeld te krijgen en daar adequaat op te reageren. Het model is vormgegeven in een driehoek met drie lagen (zie figuur).

“Het model benadrukt de vele aspecten die samenhangen met aanwezigheid en verzuim. Het omvat het gehele continuüm aan ondersteuning, waaronder preventie, screening, (groepsgerichte) interventies en individueel maatwerk. Ook biedt het model ruimte voor datageïnformeerde besluitvorming op het gebied van school- en systeemfactoren die invloed hebben op de aan- en afwezigheid van leerlingen, zoals het schoolklimaat, lesroosters, inrichting van gebouwen, enzovoorts.” “De bouwstenen zijn in iedere tier vertegenwoordigd. […]: communicatie over aanwezigheid, werken aan welbevinden, interprofessioneel werken (preventief en op casusniveau) en data-informed werken aan aanwezigheid.”
Bron: Van verzuim naar aanwezigheid, Steunpunt Passend Onderwijs, maart 2023
“Allereerst is het van belang de basis, de onderste laag van de piramide, op orde te hebben. Bij een goed pedagogisch schoolklimaat zijn alle leerlingen gebaat. Een school die aansluit bij de behoeften van de leerlingen en oog heeft voor potentiële problemen, kan het schoolverzuim beperken. Vervolgens kunnen er meer gerichte interventies ontworpen worden voor leerlingen die dreigen te verzuimen of waarbij al sprake is van licht verzuim. Ten slotte kunnen meer intensieve interventies geïntroduceerd worden voor leerlingen die langdurig verzuimen. Door een gelaagde aanpak te hanteren wordt er geïnvesteerd in preventie en wordt er tegelijkertijd snel een passende aanpak geboden voor leerlingen die dreigen uit te vallen. […] Blijf het verzuim en de gekozen aanpak voor leerlingen die verzuimen of verzuimd hebben periodiek evalueren zodat indien nodig tijdig kan worden bijgestuurd. Een ‘schoolverzuimteam’ kan deze taak bijvoorbeeld oppakken.”
Bron: Schoolverzuim aanpakken, een wetenschappelijke onderbouwing, NJI, 2020
2. Verzuimbeleid op de scholen
Basisondersteuning
De scholen van het samenwerkingsverband voeren op schoolniveau beleid op het voorkomen van schoolverzuim. Scholen bieden basisondersteuning volgens de richtlijnen van het referentiekader, de inspectie en afspraken die binnen het samenwerkingsverband zijn gemaakt. Vanaf augustus 2024 geldt de nieuwe Beschrijving basisondersteuning. Er wordt gewerkt met verzuimprotocollen, die per school kunnen verschillen, maar een nauwe samenwerking met leerplicht en de mogelijkheid tot bespreking in multidisciplinair overleg is op alle scholen aanwezig. De scholen werken volgens de richtlijnen van de Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen (MAZL) en de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS).
Verzuim wordt op de scholen systematisch gemonitord. Ongeoorloofd verzuim melden scholen bij DUO. Hier kunnen ook meldingen voor zorgelijk verzuim worden gedaan. De school van inschrijving houdt de regie in geval van verzuim en thuiszitten.
Wanneer voor een leerling maatwerk nodig is, kan de school gebruik maken van de mogelijkheden die binnen de Variawet worden geboden. De Variawet is een verzameling van verschillende wetgevingen. Hieronder valt onder andere de beleidsregel onderwijs op andere locatie en maatwerk in onderwijstijd. Dit laatste is soms nodig voor leerlingen die vanwege psychische of lichamelijke beperkingen tijdelijk niet of niet volledig naar school kunnen. In welke gevallen de school al dan niet contact moet leggen met de inspectie, staat in deze link.
Samenwerking met netwerkpartners
Vanuit de genoemde afspraken werken de scholen structureel samen met netwerkpartners om verzuim te voorkomen en beginnend verzuim te signaleren. De structurele samenwerking bestaat bijvoorbeeld uit vaste afspraken over het aansluiten van een netwerkpartner bij een ondersteuningsteam of het houden van een spreekuur binnen de school. Deze afspraken verschillen per school, afhankelijk van de doelgroep en de daarbij horende hulpvraag. Daarnaast voeren scholen multidisciplinair overleg (MDO) op casusniveau. De kwaliteitsafspraken die hier binnen het samenwerkingsverband over zijn gemaakt – en die onderdeel zijn van het kwaliteitszorgsysteem – zijn hierbij leidend.
Over de rolverdeling en routes zijn de afspraken tussen scholen en netwerkpartners vastgelegd in de MAS. De MAS richt zich op de aanpak van schoolverzuim (route vermoeden ongeoorloofd schoolverzuim of route luxeverzuim).
Welke netwerkpartners kunnen betrokken zijn bij het verzuimbeleid in de scholen?
- Leerplicht: zowel betrokken als sprake is van ongeoorloofd verzuim of luxeverzuim, als ook bij beginnend verzuim. Wettelijk verzuim moet gemeld worden door de school. Het gaat dan om 16 uur in 4 weken vermoedelijk ongeoorloofd verzuim. Leerplicht onderzoekt of het vermoeden terecht is en of er dus echt sprake is van ongeoorloofd verzuim. Als een leerling minder dan 16 uur in 4 weken verzuimt (‘beginnend verzuim’), mag school dit bij leerplicht melden, mits school het verzuim heeft besproken met de leerling en ouders en hierover afspraken heeft gemaakt. Het wettelijk kader voor leerplicht loopt tot de leeftijd van 18 jaar of tot het behalen van een startkwalificatie. In onze regio is afgesproken dat voor 18+ dezelfde benadering qua verzuimmeldingen geldt. De begeleiding door het doorstroompunt is dan vrijwillig en vrijblijvend.
- Jeugdarts: kan de koppeling maken tussen de medische/psychische achtergronden van verzuim en de mogelijkheden voor het volgen van onderwijs. Kan overleg voeren met de behandelaar en de consequenties van de behandeling voor het onderwijs vertalen. Kan langere tijd betrokken zijn. Kan meedenken in kansen en mogelijkheden rond de belastbaarheid van een leerling met onderwijs.
- Schoolmaatschappelijk werk: kan kortdurende ondersteuning bieden, situatie in kaart brengen, kan de lijn leggen met de wijkcoach/jeugdconsulent.
- Wijkcoach/jeugdconsulent: kan meedenken in mogelijkheden voor extra ondersteuning/hulpverlening als dit nodig lijkt. Kan hiervoor ook indiceren.
- Samenwerkingsverband: de contactpersoon van de school, kan op casusniveau meedenken over de mogelijkheden en routes.
3. Bovenschools verzuimbeleid
Op het moment dat sprake is van (dreigend) thuiszitten, heeft het samenwerkingsverband verschillende interventies ingericht. Hierbij wordt uitgegaan van het volgende continuüm bij de begeleiding van thuiszitters:
| Aard | Begeleiding | Doel |
|---|---|---|
| Zorgwekkend (dreigend) verzuim | Verzuimcoaches; (preventieve) individuele coaching | Voorkomen verder schoolverzuim; zo snel mogelijk hervatten van volledige schoolgang op school van inschrijving. |
| Thuiszitten; onderwijs kan worden opgebouwd | Verzuimcoaches; curatieve individuele coaching | Zo snel mogelijk hervatten van onderwijs. Niet per definitie op school van inschrijving.
Onderwijssetting is afhankelijk van (de intensiteit van) de ondersteuningsvraag van de leerling.
|
| Thuiszitten; onderwijs kan worden opgebouwd mits jeugdhulpverlening in aanbod geïntegreerd is | Verzuimcoaches zetten Grip in | Leerling behouden voor onderwijs (welke vorm dan ook). Doorbreken thuiszitten en voorkomen voortijdig schoolverlaten. |
| Thuiszitten; onderwijs is niet aan de orde | Jeugdhulp via MDO | Werken aan voorwaarden om weer aan onderwijs deel te kunnen nemen. |
Verzuimcoaches
Bij (dreigend) thuiszitten kan de school een verzuimcoach inschakelen. De verzuimcoaches vormen een onderdeel van het regionale programma voor Voortijdig Schoolverlaten (VSV) en vallen hierbij onder Team Verzuim. Zij richten zich op het zo snel mogelijk hervatten van onderwijs en kijken wat nodig is om de ontwikkeling van de leerling weer in beweging te krijgen. Ze bieden maatwerk en gaan op huisbezoek, brengen de situatie in kaart en spreken met alle betrokkenen. Zij hebben een ‘onpartijdige’ of neutrale positie; hun rol kan bemiddelend, stimulerend en verbindend zijn. De verzuimcoach begeleidt de leerling waar mogelijk kortdurend, maar vaak ook langere tijd, soms ook bij de overstap naar een andere school. Voorwaarde voor inzet van de verzuimcoach is dat wijkcoach/jeugdconsulent heeft meegekeken of/welke aanvullende (jeugd)hulp nodig is.
Bekostiging van de verzuimcoaches gebeurt vanuit het regionale VSV-programma, aangevuld met financiering vanuit gemeenten en samenwerkingsverband. Dit loopt in ieder geval tot en met eind 2025.
In de opbouw van het schoolritme is de leerling soms gebaat bij een vorm van tijdelijke dagbesteding om zo de structuur vast te houden terwijl volledige schoolgang nog niet haalbaar is. Hiervoor is in 2021 een samenwerking met Playing for Success gestart, waarbij de leerling gedurende een afgebakende periode aan de slag kan in Het Leercentrum. Deze inzet richt zich op succeservaringen, vasthouden van dagritme en ontdekken waar de motivatie van de leerling ligt. De leerling heeft een OPP waar de afwijking onderwijstijd onderdeel van is.
Bekostiging gebeurt vanuit een subsidie vanuit de gemeente Arnhem, gericht op de lokale VSV-aanpak. Deze loopt vooralsnog tot en met 2024.
Als de leerling meer baat heeft bij een groepsgewijze aanpak waarin intensief wordt samengewerkt met jeugdhulpverlening, dan kunnen de verzuimcoaches de leerling plaatsen in een onderwijs-zorg-arrangement genaamd Grip. Leerlingen verblijven een langere periode bij Grip, waarbij vanuit bouwstenen wordt gewerkt aan de voorwaarden die nodig zijn om terug te keren naar school. De leerling heeft een OPP waar de afwijking onderwijstijd onderdeel van is.
Bekostiging: het samenwerkingsverband bekostigt de basis van het onderwijsgedeelte van Grip. De school van inschrijving betaalt wekelijks een bedrag gedurende de gehele plaatsing. Voor het jeugdhulpgedeelte is een indicatie vanuit de gemeente nodig.
Mogelijkheden in vso
Indien een leerling langdurig gebaat is bij maatwerk en aanpassingen in het onderwijs en de onderwijssetting, kan de leerling geplaatst worden in het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Indien de leerling langdurig thuis heeft gezeten en/of het schoolritme langzaam moet worden opgebouwd, wordt dan binnen vso vaak gestart met een maatwerkprogramma. Voor plaatsing in het vso is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig, die kan worden aangevraagd door de scholen.
Binnen het vso is de schakelklas van Mariëndael specifiek gericht op het opbouwen van schoolritme bij leerlingen die langdurig niet op school zijn geweest. De schakelklas bouwt de schoolse eisen rustig op, waardoor er ruimte is om weer te wennen aan school en in kaart te brengen waar de leerling didactisch staat. Als het schoolritme voldoende is opgebouwd, stroomt de leerling door naar een andere klas bij Mariëndael.
Binnen het vso is de trajectklas van De Brouwerij ook een voorziening die maatwerk biedt voor leerlingen die soms langere tijd niet naar school zijn geweest. Het rustig opbouwen van een schoolprogramma, vanuit je eerst weer veilig voelen op school, is een belangrijk doel van dit traject.
In het praktijkgerichte vso van het Vierbeek College zijn de Trajectklas en Impuls voorzieningen die zijn ingericht om verzuim te voorkomen en om actief te werken aan terugkeer in het onderwijs.
4. Afspraken en rol bureau samenwerkingsverband
Thuiszittersinventarisatie
Ieder kwartaal vraagt het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW) de thuiszitters op bij het samenwerkingsverband. Met behulp van de registratie van thuiszitters kan het samenwerkingsverband regionale afspraken maken over het verminderen van het aantal thuiszitters. Het ministerie ziet schoolverzuim en thuiszitten als belangrijke aanwijzingen om te kunnen bepalen of de ondersteuning die wordt geboden in het samenwerkingsverband past bij de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen.
Het bureau vraagt daarom viermaal per jaar de thuiszitters op bij de scholen en bij leerplicht. Het gaat om leerlingen die voldoen aan de definitie: langer dan vier aaneengesloten schoolweken ongeoorloofd verzuim. De gemelde leerlingen worden geanonimiseerd doorgestuurd naar de overheid.
Het bureau volgt de casuïstiek rond thuiszitters ook inhoudelijk: over de gemelde leerlingen wordt contact opgenomen met de school om te kijken of er meegedacht kan worden. Ook over leerlingen die niet gemeld worden, maar eerder wel als thuiszitter bij het bureau bekend waren, wordt regelmatig contact gezocht. Scholen worden bij de thuiszittersinventarisatie ook opgeroepen om contact op te nemen voor overleg wanneer wel sprake is van zorgelijk verzuim, maar de leerling niet voldoet aan de strikte definitie.
Het bureau informeert het bestuur van SWV De Verbinding periodiek over het aantal thuiszittende leerlingen, de aard van de problematiek en de wijze waarop wordt gewerkt aan het herstel van de onderwijsvoortgang.
Afspraken met netwerkpartners
Het bureau stemt regelmatig af met netwerkpartners over het omgaan met verzuim. Het gaat om het uitwisselen van werkwijzen, overleg over samenwerking en het maken van afspraken over routes en regievoering.
Gemeenten
Voortkomend uit het thuiszitterspact is enkele jaren geleden het convenant aansluiting onderwijs-jeugdhulp opgesteld en ondertekend door alle belangrijke netwerkpartners, in regio De Liemers is in dezelfde lijn een visiedocument vastgesteld. Op basis hiervan voeren we periodiek gesprekken met de gemeenten om de aansluiting op lokaal niveau goed te regelen. Een afspraak die we met gemeenten hebben gemaakt, is hoe we met elkaar handelen als een leerling het reguliere onderwijs dreigt te verlaten vanwege plaatsing in dagbesteding:
- Als een leerling door de dagbesteding het reguliere onderwijs (tijdelijk) verlaat, vindt een verwijzing naar die dagbesteding alleen plaats na een Multi Disciplinair Overleg (MDO). In het vso vindt dit overleg plaats in de commissie van de begeleiding (CvdB), waar nodig uitgebreid met netwerkpartners. Afgesproken is dat de gemeente niet bekostigt naar jeugdhulp in plaats van regulier onderwijs, voordat dit overleg heeft plaatsgevonden.
- In het MDO zijn aanwezig: ouders, school, samenwerkingsverband, leerplicht, wijkcoach/jeugdconsulent en jeugdarts. De jeugdarts heeft de jongere al gezien en/of gesproken voor het MDO en kan een uitspraak doen over de belastbaarheid.
- De leerling blijft ingeschreven op de school. De school houdt regie op het proces: stelt een OPP op en zorgt dat periodiek de voortgang wordt geëvalueerd. De wijkcoach/jeugdconsulent houdt regie op de inhoudelijke voortgang van de jeugdhulp. De jeugdarts kan de contacten hebben met de behandelaar en kan adviseren wat nodig is aan onderzoek of begeleiding. De jeugdarts denkt mee in kansen en mogelijkheden rond belastbaarheid van de leerling en vertaalt wat er bij de leerling speelt naar de gevolgen voor het onderwijs. Jeugdarts kijkt ook mee of behandeling voorliggend is. Leerplicht denkt mee in mogelijkheden rond maatwerk en houdt toezicht op de Leerplichtwet. Indien onderwijs weer kan worden opgebouwd, pakt de school daarin in eerste instantie haar rol, totdat duidelijk is welke school meer passend kan zijn. Samenwerkingsverband denkt mee in de mogelijkheden rond passend onderwijs.
- De leerling blijft ingeschreven op de vo-/vso-school, als de leerling tijdelijk niet naar school komt (bijvoorbeeld bij alternatieve dagbesteding), maar de verwachting is dat hij/zij binnen afzienbare tijd zal terugkeren naar de vo-/vso-school. Dit geldt ook als er twijfel is over het perspectief van de leerling (bijvoorbeeld als eerst onderzoek nodig is). De school, leerplicht en het SWV monitoren de leerling periodiek via overleg. De vso-bekostiging die niet wordt ingezet, wordt door het SWV teruggevorderd.
Wanneer een leerling niet belastbaar is voor onderwijs en er geen perspectief is op terugkeer naar onderwijs, dan volgt die conclusie vanuit een MDO (zie eerder). Ouders wordt in die situatie geadviseerd een vrijstelling aan te vragen. Dit is uiteraard een richtlijn, maatwerk is hierbij aan de orde.
Bovenstaande afspraken zijn gemaakt, vooruitlopend op hangende wetgeving. Het zijn geen formele afspraken, maar ze worden omarmd door alle partijen in de praktijk.
Indien nodig is doorzettingsmacht vastgelegd.
Vanuit de overheid zijn verschillende initiatieven voor thuiszitters genoemd. Het lijkt hierbij te gaan om alternatieven voor dagbesteding, wanneer onderwijs niet aan de orde is. Maar er worden ook scholen genoemd.
Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL)
Leerplicht werkt vanuit de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). Er zijn korte lijnen op casusniveau. Indien een MDO wordt georganiseerd omdat de leerling het onderwijs dreigt te verlaten, sluit een consulent van het RBL hierbij aan. Daarnaast sluit RBL aan bij de periodieke overleggen over ons verzuimbeleid.
Jeugdartsen
Jeugdartsen werken volgens de methode MAZL (Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen). Indien een MDO wordt georganiseerd omdat de leerling het onderwijs dreigt te verlaten, sluit een jeugdarts hierbij aan en/of heeft in ieder geval advies uitgebracht over de belastbaarheid van de leerling.
Wanneer een aanvraag voor een vrijstelling door ouders wordt ingediend, wordt dit beoordeeld door leerplicht. Hierbij is een onafhankelijk jeugdarts betrokken. De jeugdarts kan waar gewenst vóór de beoordeling van de belastbaarheid van de leerling contact leggen met het bureau van het Samenwerkingsverband over de mogelijkheden binnen onderwijs.